|
De
wetenschappelijke basis voor tapering
Onderstaande
tekst is een soort samenvatting van alle wetenschappelijke studies
over taperen. Deze tekst is gemaakt door Karel Paraens (tri-atleet).
De
taper is de laatste trainingsfase in de aanloop naar een belangrijke
wedstrijd, en is de trainingsperiode waarin coaches en/of atleten
zich het meest onzeker voelen over de te volgen trainingsaanpak,
zo schrijven ze verder nog. (Allé, das dan een
troost: ik dacht dat ik den enigste was die aan zichzelf begon
te twijfelen in de dagen vóór een wedstrijd!)
Tot
nu toe was de aanpak van de taper voornamelijk gebaseerd op
trial and error: met vallen en opstaan uitvissen
wat voor wie het beste werkt. (Vermoedelijk zal het zo nog wel
enige tijd blijven, want de auteurs nemen geregeld het woord
individueel in de mond.) Er zijn wel meer en meer
slimmeriken (trainers en onderzoekers) die systematisch proberen
te werk te gaan. In het recente verleden zijn er zelfs een aantal
interventiestudies op poten gezet waarbij men de
trainingsbelasting tijdens de taper experimenteel heeft trachten
te manipuleren. De trainingsbelasting (load) van
gevorderde atleten wordt klassiek beschreven in termen van trainingsintensiteit,
-volume, en -frequentie. Het hoofddoel van de taper, d.i. het
afbouwen van de trainingsbelasting, is om de negatieve consequenties
van een doorgedreven trainingsregime te reduceren, teneinde
zowel op mentaal als op fysiek vlak fris aan de
start te kunnen verschijnen. Anderzijds kan het natuurlijk niet
de bedoeling zijn van de taper dat het prestatievermogen erop
achteruitgaat... Trop = teveel en teveel = trop,
ook als het op rusten aankomt; use it or lose it!
Blijkt dus (cfr. abstract hierboven) dat:
1)
het behoud van de trainingsintensiteit (kwaliteit)
tijdens periodes van verminderde training essentieel is om niet
te deconditioneren;
2) het trainingsvolume drastisch kan teruggeschroefd worden;
3) er best niet teveel gesnoept wordt aan het aantal trainingssessies
(de trainingsfrequentie): dit resulteert hoogstens in een loss
of feel, zeker in sporttakken zoals zwemmen, waar techniek
op de voorgrond staat, aldus nog de auteurs.
Hoe
lang op voorhand moet je op training gas beginnen terugnemen
in de aanloop naar een wedstrijd waarop je er wil staan? Ahwel,
dat is naar t schijnt een goei vraag. Volgens
sommige bronnen kan het geen kwaad om nog tot 4 dagen vóór
D-day er een goei lap op te geven. Anderen dan weer, zien er
ook geen graten in om reeds een maand vóór de
feiten op de rem te gaan staan. Zeer belangrijk is ongetwijfeld
hoe hard en/of hoe lang er getraind werd in de voorafgaande
trainingsperiode.
Op
welke manier wordt de trainingsbelasting (intensiteit
frequentie volume) nu eigenlijk het beste teruggeschroefd?
De auteurs onderscheiden 4 taper-types:
1)
bij de step taper komt het erop neer dat het trainingsvoer
drastisch, niet-progressief, van de ene op de andere dag gerantsoeneerd
wordt;
2) de trainingsbelasting kan ook progressief-lineair
gereduceerd worden;
3) maar men kan ook kiezen voor een progressief exponentieel
verval met ofwel een trage tijdsconstante (vb. afbouwen over
8 dagen tijd),
4) ofwel met een snelle tijdsconstante: geleidelijk maar toch
redelijk abrupt de trainingsbelasting terugschroeven (vb. afbouwen
over 4 dagen tijd).
Tot
op heden zijn er resultaten voorhanden van slechts 1 (één)
interventiestudie (waarbij men het trainingsvolume manipuleerde).
Dat onderzoek suggereert dat het vierde soort van taper de grootste
prestatieverbetering oplevert.
Moeten
we mirakels verwachten van een taper? Neen! Of toch, ja! Een
prestatieverbetering van 0.5-6% lijikt op het eerste zicht niet
veel, maar kan daarom wel betekenisvol zijn. Zeker op topniveau,
waar honderdsten van een seconde beslissen over een plaats of
geen plaats in de geschiedenisboeken. Dit werd ook nog maar
eens geïllustreerd op de recente WK zwemmen in Barcelona:
Van
den Hoogenband grijpt opnieuw mis
Uitgegeven:
24 juli 2003 19:27
BARCELONA
- Pieter van den Hoogenband heeft donderdagavond bij de wereldkampioenschappen
zwemmen in Barcelona opnieuw de werelditel op de 100 meter vrije
slag gemist. De Eindhovenaar werd evenals twee jaar geleden
onaangenaam verrast, ditmaal door de bijna 32-jarige Rus Aleksander
Popov. Zijn voorganger op het koningsnummer tikte aan na 48,42
seconden, een tegenvallende tijd in een finale.
De
Nederlandse wereldrecordhouder (47,84) miste de macht hem te
achterhalen en finishte na 48,68. Zijn coach Jacco Verhaeren
nam voor aanvang van de finale al de schuld op zich voor dit
falen. Zijn ploeg heeft te vroeg gepiekt.
Nu, al die geleerde prietpraat uit bovenstaand abstract is allemaal
mooi en wel, hoor ik de praktische zielen onder u al klagen,
maar wat hebben we der nou aan? Inderdaad, de bewegingswetenschap
blijft op een aantal punten vaag. Een atle(e)t(e) is geen machine
waaraan je x gram koolhydraten en y liter H2O toevoegt om dan
te kunnen voorspellen hoe lang en hoe hard de voiture daarmee
zal bollen... Jammer genoeg zit de (gemiddelde) (sportminnende)
mens ietofwat gecompliceerder in elkaar: de output
is onderhevig aan een combinatie van de genetische make-up,
de discipline om (in een bepaalde mate) te rusten en te trainen,
verstandelijke overwegingen, en emoties (om maar een paar variabelen
te noemen).
Wie optimaal wil presteren, zal helaas of ik je er ondertussen
een dégout voor bezorgd heb of niet zelf een beetje
de wetenschapper moeten uithangen: systematisch te werk te gaan
en verschillende strategieën beetje bij beetje manipuleren
en uitproberen! Gelukkig moeten we niet vanaf nul beginnen experimenteren...
Dankzij vage wetenschappelijke prietpraat zoals in bovenstaand
abstract!
De strevers van atleten onder ons zouden kunnen onthouden dat
ze tijdens de taper best (redelijk) KORT, (af en toe)
KRACHTIG (genoeg), en (vrij) FREQUENT blijven trainen
teneinde te pieken.
Ook de minimalisten hebben misschien een boodschap aan dit artikel:
wie graag zoveel mogelijk resultaat ziet met zo weinig mogelijk
inspanning (ik denk aan alle overwerkte westerlingen en andere
machos die in shape willen blijven), kan zich bij dit
advies aansluiten. Al zou ik aan alle johnnys die deze
site bezoeken, toch wel de raad willen geven eerst te leren
stappen alvorens te trachten te gaan lopen. Voor de johnnys
die dat dus waarschijnlijk niet verstaan hebben: zorg toch maar
beter eerst voor een deftige basisconditie.
Tenslotte
is dit artikel als een mes dat aan twee kanten snijdt. Er bestaan
ook atleten die (tijdelijk) graag deconditioneren. Ja, in de
zgn. tussenseizoenen (vb. overgangsperiode winter-zomer
of vice versa) is het misschien zelfs nastrevenswaardig. Wie
dan toch nog graag een beetje om handen heeft...
mag de rest zelf invullen!
Meer
info (links naar Engelstalige artikelen over taperen).
|